SAMENWERKING – DE ACTIEVE UITDRUKKING VAN EENHEID

Om tot samenwerking te komen moet men samen opereren, actief zijn. Geen enkel levend gegeven in de natuur is geheel onafhankelijk en als men zich van dit principe van onderlinge afhankelijkheid meer bewust is en doelgericht wordt, vindt dit principe zijn volmaakte uitdrukking in het beginsel van samenwerking.

Samenwerking is een essentieel menselijk kenmerk en is gebaseerd op gelijkheid van ieder individu. Nochtans is deze zelfde gelijkwaardigheidsfactor niet te aanvaarden voor samenwerking, want maar weinig mensen willen erkennen dat hun volk, hun ras, hun stam of familie niet superieur is aan anderen.

Om werkelijk samen te werken is erkenning nodig van het unieke van anderen en van waardering, voor wat zij kunnen bijdragen aan het gezamenlijk pogen. Ieder individu is enig en ieder ras en volk heeft een unieke bijdrage te leveren aan de grote verscheidenheid van de mensheid. Ieder man, vrouw en kind lijdt, bemint, hoopt, vreest en verlangt. Wij zijn allen wat ons ras, onze nationaliteit, godsdienst of klasse ook is, in staat tot opoffering en dienst: tot de ervaring van vreugde en droefheid.

Het beginsel van samenwerking moet ontstaan, niet door minzaamheid of bescherming, maar door de erkenning, dat in werken met anderen voor het algemeen welzijn, wij de mensen dienen en daardoor ook onszelf.

Het grootste beletsel tot zo'n erkenning en het willen samenwerken is in de eerste plaats het afstand moeten doen van trots en meerderwaardigheidsgevoel. De onderbewuste angst, die het openstaan van hart en geest voor een ander bemoeilijkt, moet worden uitgeroeid en men moet een beslissing nemen, die moeilijk is, omdat zij indruist tegen zijn eigen normen, gewoonten en geloofsovertuiging.

Samenwerking bestaat tegenwoordig op veel verschillende niveaus en om vele verschillende redenen. In vele gevallen is het gegrond op persoonlijk en nationaal zelfbelang. In oorlogstijd is er samenwerking van geallieerden voor de overwinning. In de politiek is er gewoonlijk samenwerking tussen volken ten bate van ieders eigen aangelegenheden. In zaken is er samenwerking tussen de multinationals, ten voordele van de betrokkenen. In de wetenschap is er de ruimere opvatting voor de ontwikkeling van een of andere theorie voor het welzijn van allen.

Andere voorbeelden van samenwerking komen uit de ruimtevaart tot projecten van de Verenigde Naties en haar gespecialiseerde agentschappen om een einde te maken aan armoede en ziekten en het verbeteren van de landbouw, de industrie en op internationale schaal. Deze en de tienduizenden liefdadigheidsorganisaties leveren uitvoerig bewijs tegen de theorie dat de mens een competitief dier is die enkel zijn volledige mogelijkheden kan bereiken met het vechten tegen en het uitbuiten van zijn medemens. De blog van Wereld Goede Wil die via de homepage op www.wereldgoedewil.org van onze website kan bereikt worden bevat vele voorbeelden van de creatieve uitdrukking van goede wil op vele domeinen. Competitie en nog erger, haat tussen de landen, klassen, ideologieën en rassen zijn producten die niet uit de menselijke aard voortkomen maar van de verstoring en de onderdrukking van de menselijke aard. Wanneer alle mensen hun broeders respecteren en iedereen elkaars hoeder is zullen armoede en persoonlijke welstand tot het verleden behoren.

Dit gevoel van wederzijds respect en recht is niet, hoe dan ook een nieuwe factor in de mensengeschiedenis, want vele zgn. primitieve gemeenschapen hebben juiste en harmonische maatschappijen gevormd. Hebzucht en uitbuiting verschijnen niet alleen waar gebrek aan voedsel en bezit is, maar ook waar een teveel is. Dan wordt immers de menselijke neiging tot zelfbevrediging gestimuleerd en worden de zwakken door de sterken misbruikt. Dit is nooit zo duidelijk geweest als nu de machtige bezittende landen rijker en de arme landen armer worden. Het is niet dat de rijke landen de arme niet helpen, maar de hulp wordt op zodanige wijze gegeven, dat het rijke land tenslotte voordeel heeft en het ontvangende land moet vechten om haar economie te handhaven, laat staan haar te verbeteren. Zelfs op nationaal niveau, waar men het beginsel van samen delen zou verwachten, zien we vaak de gestadig groeiende Kloof tussen arm en rijk.

De krachten van de globalisatie tonen echter landen, dat hoe dieper een land in armoede vervalt, des te groter zal het gevaar zijn voor de wereldgemeenschap. Want door het niet in staat zijn zijn aandeel in de wereldeconomie te leveren, doet het een te groot beroep op de wereldvoorraden, erger nog, het wordt een bron van potentieel geweld.

Overal ter wereld, zowel binnenlands als buitenlands, gaat het beginsel van samenwerking hand in hand met het beginsel van samen delen. Gedeelde verantwoordelijkheid, alsook het gezamenlijk gebruik van de natuurlijke bronnen, dragen bij tot de kwaliteit van het leven en zijn aspecten van samenwerking. In de industrie bv. moeten we wel realiseren dat hoog gekwalificeerde goederen en efficiënte productie niet alleen afhangen van kapitaal en leiding, maar vooral van de vaardigheid, de arbeidsvreugde, het enthousiasme en de goede wil van de mannen en vrouwen, die ze produceren. Zoals een verlichte pionier eens zei: "De mentaliteit van een gezelschap wordt, bepaald door de gevoelens en gedachten van hen, die er deel van uitmaken en deze sfeer moet eerst verworven worden, vóór en aleer resultaten van enige waarde bereikt kunnen worden".

Bij de opvoeding bestaat dezelfde behoefte aan samen delen en samen werken. Om samen te werken in het proces van wereld-opvoeding kan ieder individu zowel leraar als leerling zijn. Hij kon leerling zijn van een ieder die de kennis en vaardigheid heeft, die hij behoeft en de leraar van hen, die de kennis en vaardigheid wensen, die hij bezit. Kinderen kunnen van hun ouders leren en kunnen op hun beurt hun eigen kennis vergroten door jongere kinderen te onderwijzen. De gemeenschap zelf kan een voortdurende bron van kennis voor allen zijn, als allen deel hebben aan gemeenschappelijk leven en gemeenschappelijke dienstbaarheid. Vanuit de gemeenschap kan ieder individu zijn bewustzijn naar twee kanten vergroten, naar buiten naar de wereld en naar binnen in zijn eigen subjectieve ervaringen en die van zijn vrienden.

Op gelijke wijze kunnen allen op het gebied van bestuur bijdragen aan het algemeen belang door de voorschriften, van goed burgerschap na te leven – alzo met actieve belangstelling zorgend voor de maatschappij in zijn totaliteit, door harmonie en welzijn voor allen na te streven en culturele en filosofische verschillen te respecteren. Dan kunnen mensen in ieder volk en iedere gemeenschap, actief en welwillend deel hebben aan gezamenlijke verantwoordelijkheid teneinde een rijke, gevarieerde samenleving voor allen te bewerkstelligen.

Samenwerking is edelmoedig "geven" en ook dankbaar "ontvangen". In het komende nieuwe tijdperk zullen juiste menselijke verhoudingen en wereldwijde samenwerking voor het welzijn van allen de Universele Sleutels zijn.

HET BEGINSEL VAN SAMEN DELEN

Het wordt door denkende mensen algemeen erkend, dat een van de voornaamste problemen waarmee de planeet in het huidige tijdperk geconfronteerd wordt, is: het rechtvaardig verdelen van de hulpbronnen van de aarde. De enorme omvang van deze taak, samen met de onervarenheid van de mensheid in zijn hanteren van dit aspect van planetair leven dreigen ons, als we oog in oog staan met de verschrikkelijke noden in verschillende delen van de wereld, namelijk in voedsel, energievoorziening, behuizing, opvoeding en bevrijding van onderdrukking. Het helpt soms ons individuele begrip omtrent zowel de noden en de oplossing daarvan te verhelderen door deze taak vanaf een hoger gezichtspunt dan het duidelijk fysieke vlak te bekijken.

Een aspect van delen is deel hebben aan, gebruiken met, of genieten van, samen met anderen, zonder de bijgedachte van bezit, maar eenvoudigweg wederzijds gebruik. Er is geen sprake van liefdadigheid of van iets aan een ander geven, dat ons toebehoort waardoor dankbaarheid verschuldigd is; veeleer is er een erkenning, dat wat gedeeld wordt van niemand is of van iedereen. Geen geven en geen ontvangen, enkel en alleen delen wat door de planeet wordt voortgebracht voor het welzijn der mensen. De vastgeroeste gewoonte om in termen van bezit te denken in aanmerking nemend is een bijzonder gewaagd denkbeeld. Als het door mensen met spiritueel inzicht over de hele wereld wordt begrepen, dat het doel van eerlijk delen een belangrijke stap is in de richting van juiste menselijke verhoudingen, zal dit aspect van het leven meer overwogen en ernstiger worden bestudeerd.

Het wordt maar zelden begrepen, dat "samen delen" in wezen een manifestatie van synthese is en het natuurlijke gevolg van rechtvaardigheid in zijn zuiverste vorm. Universeel bekeken behoren alle hulpbronnen, de hele wereld en al het tot stand gebrachte aan de mensheid. Wij gebruiken de termen rechtvaardigheid en werkelijkheid in een allen en alles omvattende zin. In de nieuwe wereldorde zal worden erkend, dat de producten van de wereld, de natuurlijke hulpbronnen van de planeet en haar rijkdommen aan geen enkele natie toebehoren, maar met allen gedeeld moeten worden. Men moet er op toezien dat er een eerlijke distributie van het graan, de olie en rijkdommen aan mineralen van de wereld zal worden ontwikkeld, gebaseerd op de behoefte van iedere natie op zijn eigen interne hulpbronnen en de behoefte van zijn volk. Rekening houdend met de behoefte van het geheel zal dit worden uitgevoerd.

Als voorbeeld is de Voedsel- en Landbouwreorganisatie (FAO), een gespecialiseerd agentschap van de VN, verantwoordelijk om de internationale inspanningen te leiden om de honger te verslaan, en als deel van die taak, toezicht te houden op de productie en de voorraden van belangrijke voedingsstoffen zoals graanproducten. Samen met andere agentschappen helpt ze mee om het netwerk van computers over de hele wereld in te zetten om de beschikbare hulpbronnen die aan de mensheid ter beschikking staan te inventariseren. Met deze kennis kan voedsel geleid worden naar landen die in nood zijn, en het is zeker niet onmogelijk om een toekomst voor te stellen waarin aan de voedselnoden van iedereen gelijkmatig tegemoet gekomen zal worden. Soortgelijke plannen kunnen en zouden moeten worden opgesteld betreffende andere belangrijke hulpbronnen.

Misschien kan het verschil tussen "delen" en "geven" en "ontvangen" beter begrepen worden, wanneer we dit bezien in het licht van een Soefi-gezegde, luidend, dat de mens alleen datgene bezit, wat bij schipbreuk niet verloren kan gaan. Daarmee wordt eigenlijk alles opgelost. Als we een dergelijke denkwijze in overweging nemen, zijn we gedwongen de praktijk en zelfs de idee van eigendom opnieuw te onderzoeken. Hoe kan het begrip van hen, die bezitten en niet bezitten op een praktische manier worden gereinigd en gezuiverd tot een meer omvattend en verlicht begrip van delen ten bate van iedereen?

Het op zich nemen van verantwoordelijkheid over de hele familie van naties, moet worden gerealiseerd als het doel van iedere nationale onderneming. De hulpbronnen van de hele planeet moeten worden gedeeld en we zullen, in toenemende mate moeten realiseren, dat de producten van de aarde, de gaven van de zee, de intellectuele en culturele erfenis van een land, aan de hele mensheid toebehoren en niet aan een aparte natie. Dit concept houdt geen wereldstaat in, maar in plaats daarvan een universeel publiek bewustzijn welke de eenheid van het geheel verwezenlijkt. Het houdt bijvoorbeeld het juiste bestuur en de passende ontwikkeling in van iedere nationale eenheid, zodat deze op adequate wijze zijn internationale verplichtingen kan nakomen, om zo een deel te zijn van een Wereldbroederschap van landen. Als het gevoel van nationale zekerheid op meer rechtvaardige wijze is gebaseerd op juiste verhoudingen dan op sterkte, zal het mogelijk zijn deze taak met moed en inzicht aan te pakken.

De oude ritmes zijn zo diep ingeworteld en zo sterk op de oude begoochelingen van hebzucht en angst gericht, de dualiteit van gebrek tegenover behoefte, dat een abstracte benadering nodig is om ons denken op persoonlijke wijze te verhelderen. De houding van persoonlijk bezit werd ons voor het eerst ingeprent, toen ons werd gezegd, dat wij "ons" speelgoed moesten delen met een ander kind. Er werd ons gezegd, "ons speelgoed te delen" en toch wordt het kind zelden gezegd, dat hij het speelgoed slechts zolang hij het nodig heeft mag gebruiken, maar dat hij er goed voor moet zorgen. Het is niet noodzakelijk dat hij het speelgoed opgeeft, maar slechts het eigendomsrecht, zijn gehechtheid aan de idee, dat hij er voor altijd mee mag doen wat hij wil. Zelden wordt een kind de verantwoordelijkheid van "oppassend gebruik" bijgebracht in tegenstelling tot die van eigenaar. Door onze kinderen op te voeden met de idee van de noodzaak te delen, van een vrije circulatie van alle zaken, maken wij een echt begin met het vestigen van een nieuwe orde van waarden.

Het wordt maar zelden begrepen, dat het niet zozeer het feitelijke bezit is van vele dingen en zaken, die ons weerhouden van ons streven naar alomvattendheid, maar de opvatting dat ze ons "toebehoren". Als we in ons denken alles teruggeven aan de planetaire overvloed en het stoffelijk toch onder onze hoede houden, zullen wij onmiddellijk bevrijd zijn van de druk van het eigendomsrecht. Het is de idee van hebben en houden, die niet in overeenstemming is met de natuurlijke stroom en het natuurlijke ritme. Als we onze houding beginnen te onderzoeken en deze opnieuw richten van die van eigendomsrecht en bezit, naar die van regentschap en bescherming, helpen we mee aan de onderkenning van deze planetaire hindernis voor anderen. Als we toegeven dat alle hulpbronnen tijdelijk toebehoren aan degenen, die ze op dat moment nodig hebben zal de rondgaande stroom van de natuur haar rijkdommen beginnen te verdelen onder de menselijks familie.

Vanuit het gezichtspunt van de ene planeet, de ene mensheid en de ene Ziel is het rechtvaardig verdelen van de overvloed en leven¬-gevende bronnen van de Aarde het meest praktische en juiste van de ideeën. Daar energie zeer natuurlijk volgt op gedachte, kan ieder van ons er een begin mee maken de zelfzuchtige houding van de mensheid opnieuw te richten, door deze uit zijn eigen leven te bannen. Als één nobel mens met een helder denkvermogen het mentale klimaat in zijn omgeving kan veranderen, dan kunnen duizenden mensen van Goede Wil, die denken in termen van rechtvaardigheid, samen delen, juiste menselijke verhoudingen en de nieuwe idealen en waarden aantonen, een "tot een hoogte brengend" effect hebben op de uitstraling van Licht en Liefde over de hele Planeet.

DE BETEKENIS VAN CREATIVITEIT EN HET GEBRUIK VAN DE WIL

Houd contact

Wereld Goede Wil in Sociale Media